Automaten en de apotheek

31 jan. 2017
  • Home
  • Automaten en de apotheek

De laatste jaren stond het probleem van de automaten, automatische verdeelapparaten en andere automatische toestellen voor de aflevering van producten vaak ter discussie binnen de Orde der apothekers. In deze context en rekening houdend met de evoluties in de praktijk en de blijvende twijfels heeft de Nationale Raad het opportuun geacht om zijn vorig standpunt daarover te verduidelijken en om enkele belangrijke principes te herinneren. Automatische verdeelapparaten moeten in dit opzicht onderscheiden worden van de toestellen die de patiënten kunnen gebruiken om producten, die vooraf in de apotheek besteld werden, af te halen (zogenoemde “afhaalloketten”).

Automatische verdeelapparaten

Automatische verdeelapparaten zijn apparaten die, net zoals drank- en voedingsautomaten, vrij verkrijgbare gezondheidsproducten ter beschikking stellen van de patiënt, zonder tussenkomst van de apotheker.

Zulke toestellen lijken moeilijk verenigbaar met de missies van de apotheker inzake volksgezondheid en zorgverstrekking.

De apotheker is inderdaad een gezondheidszorgbeoefenaar die naar de patiënt luistert, hem informeert en adviseert om zijn levenskwaliteit te bewaren en te verbeteren[1]. Hij zorgt voor een verantwoorde aflevering en rationeel gebruik van producten en substanties en probeert overconsumptie te vermijden[2]. Hij verzekert ook een medicatiebegeleiding en een opvolging van de zorg[3]. Deze missies gaan gepaard met en worden mogelijk gemaakt dankzij het principe van persoonlijke aflevering van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en grondstoffen aan de patiënt of zijn gemachtigde in de apotheek[4].

Het gebruik van automatische verdeelapparaten is mogelijk zonder de aanwezigheid van de apotheker en vereist per definitie geen interventie van deze laatste. Het moet dus afgewezen worden zowel binnen als buiten de officina, tenminste voor producten die onder het monopolie van de apotheker vallen (voorschriftplichtige of voorschriftvrije geneesmiddelen en dieetvoeding voor medisch gebruik)[5] en die de uitvoering van bovenvermelde kerntaken vereisen[6].

In het belang van de patiënt, zou de aanwezigheid van een automatisch verdeelapparaat toch kunnen worden toegelaten op deontologisch vlak, onder strikte voorwaarden:

  • De automaat verdeelt alleen gezondheidsproducten die niet onder het monopolie van de apotheker vallen (voorbehoedsmiddelen, luiers, cosmetica…).
  • De automaat wordt zo ontworpen en geplaatst dat de kwaliteit en de veiligheid van de af te leveren producten wordt gewaarborgd; de apotheker is daar verantwoordelijk voor volgens het Koninklijk Besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers en zijn deontologie.
  • De automaat wordt aan de buitenkant van de apotheek geplaatst en is aan deze geannexeerd; hij valt dus onder de controle van de apotheker die de exploitatie ervan niet mag overdragen[7].
  • De aanwezigheid van zo’n automaat is strikt beperkt tot één enkel toestel per apotheek waarvan de omvang, de structuur en de presentatie discreet zijn en niet de volledige buitenkant van de apotheek beslaan; dit toestel maakt geen publiciteit en lokt geen cliënteel, noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks.
  • De verdeling gebeurt onder de aansprakelijkheid van de apotheker wiens gegevens worden vermeld op het verkochte product om, indien nodig, een later contact met de apotheker mogelijk te maken.

Afhaalloketten

Afhaalloketten zijn kastjes horend bij de apotheek waar de patiënt buiten de openingsuren van deze een product kan afhalen die hij vooraf in persoon in de officina heeft besteld en betaald. De opening van het loket is beschermd door een sleutel of een persoonlijke code die aan de patiënt bij de bestelling wordt gegeven.

Zulke toestellen kunnen als toelaatbaar worden beschouwd in zoverre dat de apotheker effectief zijn hierboven beschreven missie inzake zorgverstrekking vervult wanneer de patiënt zijn product in de apotheek bestelt en betaalt. Indien nodig, kan hij ook aan zijn verplichtingen inzake aflevering van voorschriftplichtige geneesmiddelen voldoen[8]. De persoonlijke aflevering, die verder gaat dan de loutere materiële en effectieve overhandiging van het product, die hier op een later tijdstip plaatsvindt, is dus gegarandeerd.

Het gebruik van zulke loketten is alleen mogelijk onder strikte voorwaarden:

  • De overhandiging van het product aan de patiënt is dringend, maar is niet onmiddellijk mogelijk op het ogenblik van de bestelling in de apotheek.
  • Alleen een beperkt aantal kastjes is beschikbaar voor de patiënten van de apotheek. Hun omvang, structuur en presentatie zijn discreet; ze maken geen publiciteit en lokken geen cliënteel, noch rechtstreeks, nog onrechtstreeks.
  • De kastjes horen bij de apotheek en zijn enkel operationeel buiten de openingsuren van deze. De producten zijn slechts beschikbaar voor een beperkte termijn.
  • De kastjes worden zo ontworpen en geplaatst dat de kwaliteit en de veiligheid van de af te halen producten niet wordt aangetast; de apotheker is daar verantwoordelijk voor volgens het Koninklijk Besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers en zijn deontologie.
  • Alle wettelijke en reglementaire voorschriften die van toepassing zijn op de aflevering van de betrokken producten (bijv. inzake etikettering) worden gerespecteerd.

[1] Zie o.a. punt F.7.1 van de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (die een bijlage van het KB van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers vormt) en art. 8, 19 en 20 van de Code van farmaceutische plichtenleer.

[2] Art. 7, al. 1 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 bettreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen; punt F.7.1 van de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken; art. 40-41 van de Code van farmaceutische plichtenleer.

[3] Punten F.7.1, V, en F.7.2 van de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken; art. 37 van de Code van farmaceutische plichtenleer.

[4] Art. 21 van bovenvermeld KB van 21 januari 2009. Zie ook art. 3, § 4, al. 1 van de wet van 25 mars 1964 op de geneesmiddelen (die strafrechtelijk gesanctioneerd is) en art. 35 van de Code van farmaceutische plichtenleer.

[5] Zie de lijst in bijlage, met verwijzing naar de wettelijke basis.

[6] In die zin, zie het antwoord op de vraag nr. 228 van de Heer Christoph D’HAESE van 5 mei 2015, Bulletins vragen en antwoorden, Kamer, ord. zitting 2014-2015, nr. 54-028, pag. 176-180 (zie in het bijzonder p. 179).

[7] Art. 76 van de Code van farmaceutische plichtenleer.

[8] Zie bovenvermeld KB van 21 januari 2009.